Eerste laag van het Product Backlog page workflow-doc (PBI-88 / ST-1363): frontmatter, Context & scope, de architectuur-lagen (PG-triggers -> SSE -> Zustand -> React) en de drie voedende Zustand-stores. Co-Authored-By: Claude Opus 4.7 (1M context) <noreply@anthropic.com>
7.6 KiB
title: "Product Backlog page — workflow & states" status: active audience: [maintainer, contributor] language: nl last_updated: 2026-05-14 related: project-structure.md, sprint-execution-modes.md
Product Backlog page — workflow & states (PBI-88)
Eén autoritatieve beschrijving van het Product Backlog-scherm: de architectuur-lagen, de impliciete workflow-states, en — als doelbeeld — een expliciete state machine met gap-analyse.
Context & scope
De Product Backlog page (app/(app)/products/[id]/page.tsx) is het scherm waar een gebruiker de PBI's, stories en taken van één product beheert en — sinds PBI-79 — een nieuwe sprint samenstelt zónder het scherm te verlaten. De layout zelf (3-pane split: PBI's · Stories · Taken) staat in functional.md (F-04..F-06); dit doc beschrijft het gedrag eromheen.
Waarom dit doc bestaat: het scherm kent vandaag een handvol impliciete workflow-states die ad-hoc worden afgeleid uit losse SSR-flags en store-flags. Een samenhangende beschrijving ontbrak — kennis zat verspreid over functional.md (alleen layout), de patterns-docs en project-structure.md. Dit doc bundelt die kennis en zet er een doelbeeld naast.
Grens met de sprint-execution-page. Dit scherm gaat over backlog-beheer + sprint-samenstelling. Zodra een sprint draait, verschuift het werk naar de sprint-execution-flow — zie sprint-execution-modes.md. De CLOSED/ARCHIVED-levenscyclus van een sprint valt buiten dit scherm.
Architectuur-lagen (as-is)
Het scherm volgt het lagenmodel PostgreSQL-triggers → SSE → Zustand → React. Belangrijk: dit is geen toekomstplan — het draait al. De lagen, van onder naar boven:
1. PostgreSQL NOTIFY-triggers
Row-level AFTER INSERT/UPDATE/DELETE-triggers emitteren een JSON-payload op het hardcoded kanaal scrum4me_changes:
| Tabel | Trigger / functie | Migratie |
|---|---|---|
tasks |
tasks_notify_change → notify_task_change() |
20260426230316_add_solo_realtime_triggers |
stories |
stories_notify_change → notify_story_change() |
20260426230316_add_solo_realtime_triggers |
pbis |
NOTIFY-trigger op pbis |
20260502190200_add_pbi_notify_trigger |
De payload bevat minimaal { op: 'I'|'U'|'D', entity, id, product_id, … } en bij UPDATE een changed_fields-array. Latere migraties breiden de payload uit (20260427000216_extend_realtime_payload) en voegen story_logs-notificaties toe (20260506001700_story_logs_notify). Volledig payload-contract: realtime-notify-payload.md.
2. SSE-route
app/api/realtime/backlog/route.ts opent een pg.Client op DIRECT_URL (pooler-bypass), doet LISTEN scrum4me_changes en streamt via een ReadableStream:
- Filter (
shouldEmit): events met eentype-veld (job/worker) worden genegeerd; alleenentity ∈ {pbi, story, task}met matchendproduct_idgaat door. - Heartbeat elke 25s (
: heartbeat), hard-close na 240s (Next-maxDurationis 300s) — de client reconnect. - Auth via iron-session; demo-users mogen meelezen.
De sprint-board heeft een eigen route met dezelfde opzet: app/api/realtime/sprint/route.ts.
3. Zustand-store
De client-hook useBacklogRealtime (lib/realtime/use-backlog-realtime.ts), gemount in BacklogHydrationWrapper, opent een EventSource naar de SSE-route en:
- dispatcht elk event naar
useProductWorkspaceStore.applyRealtimeEvent(); - beheert exponential backoff (1s → 30s) bij
onerror, en reconnect alleen als de tabvisibleis; - triggert bij een latere
ready(post-reconnect)resyncActiveScopes('reconnect'), zodat events die tijdens een disconnect gemist zijn alsnog binnenkomen.
applyRealtimeEvent (stores/product-workspace/store.ts) filtert op product_id, stuurt onbekende entities naar resyncActiveScopes('unknown-event') en dispatcht bekende events naar applyPbiEvent / applyStoryEvent / applyTaskEvent: idempotente upsert + sort, parent-move bij gewijzigd pbi_id/story_id, cleanup bij DELETE.
4. React
Componenten lezen via selectors uit de store en re-renderen op mutaties. De SSR-render (page.tsx) levert de initiële snapshot + sprint-switcher-data; daarna is de store leidend en haalt router.refresh() na een server-action de verse SSR-render op.
Kernconclusie
Het lagenmodel uit het architectuurvoorstel draait al: triggers, SSE, stores met applyRealtimeEvent, en backoff/reconnect/resync zijn aanwezig. SSE fungeert hier puur als sync-mechanisme, niet als UI-bestuurder — de stream zegt alleen "er is iets veranderd aan X", de store bepaalt de betekenis. Wat ontbreekt zit niet in deze lagen, maar in de state-modellering erbovenop; dat is het onderwerp van de volgende secties.
Stores (as-is)
Drie Zustand-stores voeden dit scherm. De opdeling volgt het bounded-context-patroon uit PBI-74 (één store per coherente workflow — niet per pagina, geen megastore), vastgelegd in workspace-store.md. Dit doc bouwt op die opdeling voort; het herstructureert die niet.
product-workspace — stores/product-workspace/store.ts
De hoofdstore van dit scherm: PBI's, stories en taken van de backlog. Slices:
| Slice | Inhoud |
|---|---|
context |
activeProduct, activePbiId, activeStoryId, activeTaskId — de cascade-selectie |
entities |
pbisById, storiesById, tasksById — genormaliseerde entity-maps |
relations |
pbiIds, storyIdsByPbi, taskIdsByStory — gesorteerde id-lijsten |
loading |
loaded*Ids, activeRequestId — race-safe markers voor ensure*Loaded |
sync |
realtimeStatus, lastEventAt, lastResyncAt, resyncReason — SSE-connectiestatus |
pendingMutations |
rollback-snapshots voor optimistische DnD/patch-mutaties |
sprintMembership |
pbiSummary, crossSprintBlocks, pending: { adds, removes }, loadedSummaryForSprintId — de sprint-samenstel-laag (PBI-79) |
De sprintMembership-slice is uniek voor dit scherm: hij houdt bij welke stories de gebruiker in/uit de actieve sprint cherry-pickt (toggleStorySprintMembership → pending), met applyMembershipCommitResult als gericht patch-pad ná de server-action-commit.
sprint-workspace — stores/sprint-workspace/store.ts
Spiegelbeeld voor de sprint-board: stories/taken binnen één sprint. Zelfde slice-vorm, maar context heeft activeSprintId i.p.v. activePbiId, en relations is per-sprint georganiseerd (storyIdsBySprint). Op de Product Backlog page niet direct gebruikt, maar relevant voor de grens met de sprint-flow.
user-settings — stores/user-settings/store.ts
Gebruikersvoorkeuren + cross-tab sync. Voor dit scherm cruciaal: workflow.pendingSprintDraft[productId] — de concept-sprint die ontstaat bij "Nieuwe sprint". Sinds PBI-79 is die draft session-only: setPendingSprintDraft / clearPendingSprintDraft schrijven alleen lokaal (geen server-roundtrip), en hydrate() stript legacy DB-entries weg zodat de draft niet "spookt". upsertPbiIntent / upsertStoryOverride muteren de draft-selectie.
Slice-details van het workspace-patroon (ensure*Loaded, selectors, optimistic mutations, gotchas) staan in workspace-store.md — hier niet gedupliceerd.